1 Het ontstaan van de belgische herdershond.
Aan het eind van de 19de eeuw vonden we verspreid over Europa nog grote kudden schapen
die door de herder en zijn hond werden geleid. Deze honden waren onderling nogal
verschillend, afhankelijk van de streek waarin ze werkten. Er werd in die tijd niet
op uiterlijkheid gefokt maar meer op het gebruik. Met de opkomst van de belangstelling
voor de honden en hun zuivere fokkerij aan het einde van de 19de eeuw onstonden ook
de verschillende rassen. In Duitsland onstond bijvoorbeeld de Duitse herdershond,
in Nederland de schapendoes en de Hollandse herdershonden en in België de Bouvier
en de Belgische herdershonden.
Hoewel de typen herdershonden aan het eind van de
19de eeuw nogal verschillend waren kwamen bepaalde kenmerken zoals grootte, circa
50-55 cm en hun gewicht, circa 20 kg behoorlijk overeen. Het waren beweeglijke, temperamentvolle
honden die erg gewillig waren voor hun baas, echter tegenover vreemden konden ze
wel wantrouwend zijn. Hun hoofden hadden over het algemeen veel overeenkomsten met
andere herdershonden in Europa maar hun snuit was minder krachtig en spitser. Hun
oren waren hoger aangezet aan het hoofd, klein en driehoekig van vorm en vaak iets
naar voren gedragen. Ze hadden donkere iets amandelvormige ogen en hun uitdrukking
was schrander en opmerkzaam. Van bouw waren ze vrij vierkant, met een licht beendergestel.
De Belgische herdershonden van die tijd waren gewend aan het ruige klimaat en het
waren uitgesproken werkhonden, die hun taken met erg veel plezier uitvoerden, maar
het verschil in uiterlijk was nog verschrikkelijk groot. Het is voornamelijk de verdienste
van prof. Reul van de Veeartsenijkundige Hogeschool te Cureghem (Brussel) dat de
Belgische herdershonden in de kynologische belangstelling werden geplaatst. Middels
leerlingen en oud-leerlingen slaagde hij erin op de tentoonstelling van 15 november
1891 in totaal 117 Belgische herdershonden bijeen te krijgen. Over deze 117 schreef
prof. Reul: "Wat zagen ze er aardig uit! Geen twee honden, al waren het broers, die
op elkaar geleken. Het was om te wanhopen ooit een typische hond te kunnen voortbrengen
met zulk een mengelmoes". Uiteindelijk onstonden er drie klassen, de lang, de kort
en de ruwharige die vooral in haarkleur nog heel verschillend waren.